Rotterdam2Capetown: THE END

Na flink genoten te hebben van de wijnproeverijen in de omgeving van Stellenbosch hebben we heelhuids en op eigen kracht Kaapstad bereikt.
Met 25.000 km op de teller, financieel gezien een stuk lichter en lichamelijk gezien een stuk zwaarder…

Het voert te ver om alle ingewikkeldheden van dit land uitvoerig te beschrijven, maar ‘complex’ is wel een passend woord. Het grote contrast tussen arm en rijk, wit en zwart, en de onveiligheid is overal voelbaar. De teleurstelling van veel blanke Zuid-Afrikanen over ‘the New South Africa’ is duidelijk. Door alle corruptie en geweldadige misdaad kijkt men met angst naar de toekomst. Hierdoor vertrekken veel jongeren naar Engeland, Nieuw-Zeeland en Australie. Tegelijkertijd zijn wij stinkend jaloers op de lifestyle van de CapeTownians die uit hun werk op hun surfplank springen en in het weekend de bergen intrekken.
De afgelopen dagen hebben we de auto opgelapt, in de stalling gezet, genoten van Kaapstad en de balans opgemaakt van de afgelopen maanden. Overlanden met je eigen auto is een luxe vergeleken met het openbaar vervoer: de vrijheid en actieradius is enorm, en je kan je hele hebben en houwen meenemen. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat je wel uit je ‘bubble’ komt, want je krijgt het echte Afrika er niet vanzelf mee te zien. Door onze eerdere reizen weten we wat beter wat er achter al het moois speelt. Met deze reis scratch je alleen de surface van het echte Afrika. Op zich niet erg, maar wel iets om te realiseren.

Iedereen bedankt voor alle leuke reacties en support voor onze actie voor Artsen zonder Grenzen.
Tot snel in Nederland!

Jeldau & Michiel

20120222-142438.jpg

20120222-142450.jpg

20120222-142500.jpg

20120222-142534.jpg

20120222-142550.jpg

Oh Lord, would you buy me….

Vanwege de mooie verhalen over de Okavango Delta besluiten we een ommetje te maken via Botswana. Via een stukje weg van de Caprivistrip in Namibie zijn we Botswana vanuit het noorden ingestoken. De delta is in feite een gebied waar de Okavango rivier verdwijnt in de woestijn. Een enorm deltagebied van moeras is het resultaat. Omdat we er middenin zaten was het moeilijk om gevoel te krijgen bij de omvang van het gebied. Veel mensen boeken daarom een Cessna vlucht. Er zijn dan ook veel werkloze piloten die in het lage seizoen de dag doorbrengen met stevig drinken in de bar, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.
In Botswana lijkt alles goed geregeld te zijn. Het schijnt het rijkste land te zijn van Afrika te zijn als je kijkt naar de bankrekening van de staat. Het is zeer dunbevolkt en goed bedeeld met natuurlijke bronnen en dat lijkt toch wel van invloed te zijn op de welvaart. Via Sepupa, Maun en Ghanzi rijden we weer naar Namibie. De eerste poging was niet direct succesvol vanwege een kapotte waterpomp. Met hulplijn Henk en de motorkap open hebben we op een slakkengang een garage weten te bereiken (130 km teruggereden) zonder de motor over te verhitten.

Poging 2 lukt wel en we rijden het mooie Namibie in. Vanwege een eerder bezoek aan Namibie kunnen we nu de krenten uit de pap halen en de plekken bezoeken die we graag nog een keer wilden zien. Namibie is echt schitterend en afwisselend: ruig, bergachtig, plat, leeg met een woeste kust. In Windhoek aanbelad zijn we een Duitser tegen gekomen wiens vriendin op de Intensive Care in het ziekenhuis lag vanwege falende nieren door malaria. Geen malariatabletten genomen. Zij waren via de Westkust Afrika afgereisd en met hen vergeleken is onze route echt kinderspel. Dwars door Congo in het regenseizoen doet zelfs de stoerste bikkel in tranen uitbarsten bij het zien van asfalt.
Na een grondige inspectie van de auto zag Michiel dat onze beide achter springveren gebroken waren. Geen idee hoe lang we daar al mee rond hebben gereden, maar voor de zekerheid toch maar terug via Windhoek voor een nieuw setje.
Namibie is vooral erg leeg en ook dit land wekt de indruk z’n zaakjes goed op orde te hebben. Er wonen maar een stuk of 2 miljoen mensen terwijl het 20 x zo groot is als Nederland. Het verraderlijke is alleen dat je daardoor in een Westers land waant, terwijl het nog altijd Afrika is. Er gebeuren dan ook ontzettend veel auto-ongelukken. Ook wij hebben onze dosis meegepikt.
De weg was nogal glibberig na een nacht met heftig onweer en veel regen (in 5 dagen was zoveel regen gevallen als normaal in een heel regenseizoen). We durfden de daktent dan ook niet op te zetten vanwege het onweer en wij veruit het hoogste punt waren in de omgeving, dus hebben we maar in de auto geslapen. We reden dezelfde weg als de dag ervoor, en zijn met 40 km/u van de weg af gekukeld. Dat was schrikken!! Ineen lig je horizontaal in je auto en de enige weg naar buiten is omhoog via de zijdeur. Zelf gelukkig geen schrammetje, maar de auto op z’n kant; It ain’t a pretty sight.
Michiel is op slippers 5 km. naar een dorpje gerend om hulp te halen (terwijl Jeldau de auto verdedigde). Zes gasten een Toyota Hilux moesten de auto weer op z’n wielen trekken. Na 2 zenuwslopende en misselijkmakende pogingen (de kabels braken telkens), hebben we versterking gezocht bij wegwerkers die 15 km. verderop bezig waren. Een caterpiller met ijzeren ketting wist de klus uiteindelijk te klaren. Dit tafereel hebben we ondanks de hektiek nog wel op de gevoelige plaat weten vast te leggen, maar zelfs terugkijkend doet het nog een beetje pijn. Na een grondige check konde we godzijdank op eigen krachten naar een camping om de schade in alle rust op te kunnen nemen: een gebroken spiegel, een kapot knipperlicht en wat cosmetische schrammetjes. Al met al geluk gehad, maar deze tegenslag hakte er mentaal nogal zwaar in.
We wilden graag zo snel mogelijk naar Zuid-Afrika om de auto op te lappen en onszelf te wentelen in de weelde die Kaapstad te bieden heeft. Nog geen 20 km van de camping vandaan kregen we een nieuwe zenuwinzinking vanwege een (wat later bleek) een makkelijk te verhelpen olielekje. Flink op de proef gesteld dus.

20120222-135634.jpg

20120222-135649.jpg

20120222-135731.jpg

20120222-135743.jpg

20120222-135753.jpg

20120222-135806.jpg

20120222-135817.jpg

20120222-135920.jpg

20120222-135930.jpg

20120222-135942.jpg

20120222-135955.jpg

20120222-140048.jpg

20120222-140103.jpg

20120222-140114.jpg

20120222-140130.jpg

20120222-140145.jpg

20120222-140156.jpg

20120222-140214.jpg

Wet ’n Wild Zambia

Vanuit Malawi zijn de noord-oost kant van Zambia, Jeldau’s roots, ingereden. De grensovergangen verlopen steeds soepeler naarmate we zuidelijker komen. Tegen een enorm slechte koers hebben we onze Malawiaanse kwacha verruild voor Zambiaanse. Voor onze milieu-onvriendelijke truck moeten we zowaar ‘carbon tax’ betalen. Benieuwd waar dat geld terecht komt.

In het noorden bezoeken we South Luangwa National Park. Minder bekend dan de parken in Tanzania en Kenia, maar minstens zo mooi en een stuk minder druk. We slaan ons kampement op aan de oevers van de Luangwa rivier, die bruin gorgelend en druk bevolkt door hippo’s langs stroomt. Ondanks dat het regenseizoen goed op gang is en de begroeiing daardoor zeer hoog en dicht zien we een hoop wildlife. De waarschuwing om niet van de gebaande paden af te wijken slaan we al snel in de wind en komen dan ook in een mum van tijd muurvast te zitten in de diepe modder. We kunnen niet voor- of achterruit en dankzij onze lier en een toevallig passerende parkranger kunnen we uit de modder worden getrokken. Hebben we die lier ook niet voor niks al die tijd met ons meegetorst. De ranger weet ons wel te vertellen dat een kilometer verderop een pride leeuwen op de weg ligt te zonnen. En dat, terwijl Michiel tot aan z’n knieen in de blubber stond te hannessen met de sleepkabel (en Jeldau de auto niet uit durfde; bij nader inzien erg verstandig). We hebben een mooie photoshoot kunnen maken van de troep leeuwen – compleet met zes welpen en een bronstig mannetje die elk kwartier zijn leeuwinnen alle hoeken van de jungle laat zien.

Op weg naar Lusaka rijden we langs een schooltje en weeshuis waar Jeldau en Janine 8 jaar geleden een tijdje hebben gezeten voor hun afstudeeronderzoek. Alle kinderen zijn inmiddels vertrokken. Er zijn nog een paar oude bekenden, waaronder Eppiness, een jonge vrouw die inmiddels is gepromoveerd van lerares tot manager. Het is nog steeds een struggle om alle kinderen te eten te kunnen geven, maar sinds ze hun eigen voedsel verbouwen zijn ze minder afhankelijk van donorgeld. Ze willen nu ook een middelbare school bouwen, zodat de kinderen die het weeshuis moeten verlaten niet meer aan hun lot worden overgelaten, maar ook vervolgonderwijs kunnen volgen.

In Lusaka valt (naast de schitterende architectuur) op dat er de afgelopen jaren flink geprofiteerd is van de stijgende koperprijzen en het economische beleid dat (buitenlandse) ondernemers heeft aangetrokken. Je struikelt over de shoppingmalls, supermarkten en fastfood ketens, waar tot voor kort vrij weinig te halen viel. Ten zuiden van Lusaka bezoeken we lake Kariba, een gigantisch stuwmeer, grenzend aan Zimbabwe. Hier wordt ons een oud briefje van 100 triljoen (!) Zimbabwaanse dollars te koop aangeboden. Met het volgen van de Zambezi komen we aan bij de Victoria Falls. Een enorme massa water van 1,7 kilometer breed valt zo’n honderd meter naar beneden. Dat levert een gigantische nevelwolk op die dichtbij de watervallen zorgt voor een permanente plensbui. Doorweekt tot onze onderbroek hebben we ‘Mosi-oa-Tunya'(smoke that thunders) aanschouwd. Nog verder stroomopwaarts rijden we richting het onofficiele vier-landen-punt van Namibie, Botswana, Zimbabwe en Zambia. Onze laatste dag in Zambia brengen we door in Crocodile Creek, waar we een tochtje in een mokoro (houten kano) op de Zambezi maken.

20120130-161416.jpg

20120130-161445.jpg

20120130-161501.jpg

20120130-161519.jpg

20120130-161529.jpg

20120130-161543.jpg

20120130-161601.jpg

20120130-161553.jpg

20120130-161619.jpg

20120130-161642.jpg

20120130-161658.jpg

20120130-161720.jpg

20120130-161735.jpg

20120130-161800.jpg

20120130-161815.jpg

20120130-161826.jpg

20120130-161837.jpg

20120130-161847.jpg

Storm op komst in Malawi

Nadat we de douane-beambte een negatief antwoord moesten geven op zijn vraag of we een kado voor hem hadden meegenomen, konden we doorijden.
In Tanzania hadden de voortekenen zich al aangediend, maar in Malawi voelden we de buien van het regenseizoen letterlijk hangen. Het water komt met tussenpozen met bakken uit de hemel zetten, vaak onderwijl hard onwerend. Alles is dan ook (anders dan onze herinnering) groen om ons heen en in het noorden van Malawi lijkt het op een ware jungle. Livingstonia is het eerste plaatsje dat we aandeden. Het ligt hoog op een plateau van waaruit je mooi uitzich hebt op Lake Malawi. Na een bezoekje aan Nkhata bay, waar we in ons gewone tentje weg zijn geregend, zijn we neergestreken in Kande, een badplaatsje met zowaar een zandstrand. Hier heeft Michiel eindelijk z’n duikbrevet achterstand op jeldau kunnen gladstrijken en mag zich nu ook een ‘advanced diver’ noemen. Hier hebben we ook angstige momenten doorgemaakt in onze daktent door een heftige storm. Door de harde wind, emmers horizontale regen en onweersknallen, vreesden we dat we met tent en auto en al in het meer zouden eindigen. Maar met twee natte matrassen hebben we de ochtend heelhuids gehaald.

In Tanzania hadden we twee extra jerrycans gevuld met diesel, omdat Malawi een enorm brandstof tekort heeft. Via de officiele weg diesel bemachtigen vergt engelengeduld en onzekerheid. Rijen auto’s staan geparkeerd bij tankstations voor het geval er nieuwe brandstof wordt gebracht. Op de zwarte markt rijzen de prijzen de pan uit: €5 voor een liter. In Lilongwe bleek dat ook de voedselprijzen enorm zijn gestegen. Het geld dat we uit de pinautomaat haalden bleek veel minder waard dan de koers op de zwarte markt. Ze vrezen hier Zimbabwaanse toestanden (waar er nu US dollars uit de muur komen). De minister-president schijnt voor $25 miljoen een privé-jet en een aantal hummers te hebben aangeschaft. Mede hierdoor heeft de internationale gemeenschap zijn handen van het land af getrokken. Officieel wordt hiervoor overigens de afwezigheid van homo-rechten aangevoerd. Voor ons een euro of 100 verlies, maar voor Malawianen een regelrechte ramp. Zonder brandstof en met zulke prijzen ligt het land echt op zijn gat.

20120130-160549.jpg

20120130-160621.jpg

20120130-160647.jpg

20120130-160705.jpg

20120130-160719.jpg

20120130-160734.jpg

20120130-160753.jpg

20120130-160807.jpg

20120130-160820.jpg

20120130-160830.jpg

20120130-160845.jpg

Tribal Turkana

De grensovergang van Ethiopië naar Kenia staat bekend om de notoir slechte wegen. Grofweg zijn er twee opties: de hoofdroute die bekendstaat om z’n gekmakende ribbels in het gravel over enkele honderden kilometers. Of de afgelegen route via de hete laagliggende Omo vallei in het westen, met name bekend om de verschillende stammen die er leven als nomaden met grote kudden koeien. Een oude traditie onder jonge mannen is het stelen van een kudde koeien voor een bruidsschat bij een naburige stam, wat door de komst van Westers wapentuig er een stuk bloediger op is geworden.

Met een klein konvooi zijn we aan de Lake Turkana route begonnen: 2 landrovers, 2 motoren. De weg is er bijzonder slecht, er zijn in het slechtste scenario 1100 kilometers (niet alle tankstations hebben altijd benzine, dus na 800 km kan je alsnog met een lege tank bij een lege benzinepomp staan) af te leggen zonder benzinepomp, er is geen kip om je onderweg te helpen bij pech, er zijn in het verleden nogal wat ontvoeringen/overvallen geweest die te maken hebben met lokale stammen en Somalisch boeventuig, en de heat is er ferooocious volgens de boekjes. Een gewaarschuwd mens telt voor 2, dus we hebben extra jerrycans met diesel meegenomen en fungeerden tevens als een bezemwagen voor de motorrijders. Helaas ontdekten we dat het elektrische knopje van het raamp van de bestuurdersstoel het begeeft bij extreme hitte. Precies wanneer je juist je raampje nodig hebt zou je zeggen. Stapvoets rijden bij 40 graden in een auto zonder airco is dan ook geen feestje hebben we ontdekt.

Bij de ‘grensovergang’ bleken we een elektriciteitssnoer te hebben geraakt van het dorp waardoor de kabel in stukken op de grond lag. Een van onze reisgenoten is elektrisch ingenieur, dus dat hebben we ter plaatse zelf gerepareerd (anders mochten we het land niet uit). Bij de grenspost werden we omsingeld door de stam die je op onderstaande foto’s kunt zien. Vaker in Afrika geweest, maar dit kenden we toch alleen van de Novib-kalender (of van de BBC-serie ‘tribe’: aanrader). We waren echt speechless na deze ontmoetingen.

De tocht was een zware beproeving, maar een die zeer de moeite waard was (en slechts 1 schokbreker heeft gekost). Zo verlaten, zo leeg en groot, zo moordend heet en zo mooi.

Bij het naderen van Nairobi raakten we op voor ons bekend terrein. Met eigen vervoer is dat toch een verlichtende ervaring. Omdat we nog heel wat kilometers af te leggen hebben (en wat vertraging hebben opgelopen onderweg) en we dit gebied behoorlijk uitgekamd hebben tijdens eerdere reizen hebben we besloten niet naar Uganda en Rwanda te gaan. Ook bij Tanzania staan we niet te lang stil, zodat we voldoende tijd hebben voor wat ons nog rest. Mount Meru en de Kilimanjaro hebben we onderweg nog mogen aanschouwen. We hebben in Tanzania 2x een boete gekregen voor te hard rijden (toeVALlig allebei de keren 60 km/h ipv 50 km/h, gemeten met een laser). De eerste keer betaalden we braaf, maar de tweede keer vonden we het wel erg verdacht. Omdat we weigerden te betalen mocht onze zaak voorkomen bij het court. In de praktijk kwam dit er op neer dat Michiel onder aanzienlijke lichamelijke dwang naar een cel werd gebonjourd zoals je die op spotjes van Amnesty ziet… Na een brodeloze discussie waarin bleek dat de zaak al na drie(!) dagen zou voorkomen en gezien het aantrekkelijke vooruitzicht van de lokale cel en medegevangenen hebben we toch maar eieren voor ons geld gekozen en de boete betaald. Inmiddels zijn we wel toe aan het gemoedelijke Malawi.

20120120-094859.jpg

20120120-094912.jpg

20120120-094952.jpg

20120120-095026.jpg

20120120-095036.jpg

20120120-095532.jpg

20120120-095547.jpg

20120120-095558.jpg

20120120-095708.jpg

20120120-095609.jpg

20120120-095623.jpg

20120120-095724.jpg

Youyouyouyou! (‘ll never walk alone)

De overgang van Sudan naar Ethiopie kan bijna niet groter. Niet alleen maakt het kale, lege, vlakke landschap plaats voor een oase van groene bergen, met veel mensen en vooral vee op de weg (vooral ezels hebben een geheel eigenzinnige visie op uitwijken voor auto’s). Ook maken we een overstap van de Islamitische wereld naar een Orthodox Christelijke. Het is een land met veel historie, die ook daadwerkelijk tastbaar is (redelijk uniek voor Afrika). Daarnaast wijkt Ethiopie af van andere Afrikaanse landen omdat het het enige land is dat niet gekoloniseerd is, een tijdelijke Italiaanse invasie niet meegerekend (maar hierdoor is ineens was op de meest onverwachte plaatsen een macchiato te bestellen), en omdat er veel verschillende stammen nog op traditionele wijze leven. Ethiopie stond dan ook hoog op ons verlanglijstje.

Na kerst te hebben gevierd in de Simien mountains, met pasta en tonijn uit blik en een heuse fles rode wijn, zijn we op de culturele tour gegaan: in Gonder hebben we een soort Middeleeuwse burcht bezocht en vervolgens de uit rotsen gehouwen kerken in Lalibela. Het was nogal een omweg, maar zeker de moeite waard om dit stokoude knap staaltje houwwerk van dichtbij te zien. In plaats van dat je omhoog moet kijken om de kerken te zien is het hier juist een kwestie van afdalen, omdat ze vanaf het dak naar beneden zijn uitgehouwen uit een geheel van massieve rots. Deze exercitie had wel een hoge prijs: Ethiopie staat bij ons in het geheugen gegrift als ‘het land van de lekke banden’. Nadat we in 5 dagen 5 lekke banden op de teller hadden staan en we al dicht de grens met Kenia waren genaderd, kozen we eieren voor ons geld en zijn we in 2 dagen op en neer terug naar Addis Abeba (naar Wim’s Holland House, een hardhorende oud vrachtwagen chauffeur die sinds jaar en dag in Addis woont) gereden voor een setje nieuwe banden. Een noodzakelijke investering, zo bleek, want zelfs tijdens die reddingsoperatie kregen we twee lekke banden (godzijdank hadden we een geleende band bij ons). Natuurlijk was de insteek niet om daar 1200 km voor af te leggen, maar in de tussenliggende plaatsen bleken gewoonweg geen nieuwe banden voorhanden, dus terug naar de hoofdstad was de enige optie. De reden van zorg was onze vrees voor een beruchte tocht die in het verschiet lag, de lake Turkana route, die ons over de grens naar Kenia zou brengen. Met een setje kakelverse banden zijn we via de Omo vallei naar de grens met Kenia gereden. In dit gebied wonen verschillende stammen, bekend van bijvoorbeeld de schotels in de onderlip. Het is een beetje verworden tot een soort volkeren ‘sightseeing’. Hierdoor bestaat hun hoofdinkomen uit vergoedingen voor poseren voor toeristen.

De gekte rond toeristen kent zijn weerga hier niet. Vooral kinderen zien je al van verre aankomen en beginnen dan a) een dansje met opgehouden hand voor geld, b) Youyouyouyou! naar je hoofd te schreeuwen (op zeer snelle, luide en hoge toon, waardoor we niet een-twee-drie door hadden dat het de Engelse taal betrof), c) met het gooien van steentjes naar auto’s of motoren, d) het drijven van vee op de weg om je weg te blokkeren, zodat optie a t/m c alsnog kunnen plaatsvinden. Als een ware Wim-Lex en Maxima hebben we het land al zwaaiend doorkruist. Het is nogal dichtbevolkt waardoor je maar even stil hoeft te staan of een hele delegatie heeft zich om je heen verzameld. Vooral een lekke band bleek zeer interessant fenomeen. Wild kamperen (en -plassen) zat er dan ook helaas niet in.

20120119-234014.jpg

20120119-234032.jpg

20120119-234450.jpg

20120119-234646.jpg

20120119-234702.jpg

20120119-234825.jpg

20120119-234836.jpg

20120119-234845.jpg

20120119-234920.jpg

20120119-234902.jpg

20120119-234937.jpg

20120120-100133.jpg

And the story continues, inshallah, in Sudan…

Eind goed al goed? Wel, Kafka in Egypte kan aangevuld worden met ‘…en Sudan’.

Toen we eindelijk de auto met behulp van een gammel plankje op de barge en onszelf op de passagiersboot hadden gedeponeerd, bleek het een passagiersboot met heeeeeel veel cargo te zijn (en smerige wc’s, de urine zat tot op de plafonds). We sliepen tussen alle handelaren op het ‘sundek’, wat idyllischer klinkt dan het was. Michiel heeft de hele nacht kopstoten uit lopen delen omdat hij hoofd aan hoofd lag met 20 anderen en heeft lepeltje lepeltje gelegen met een Sudanees en een paar flinke scheten moeten laten om een paar centimeter ruimte te creeeren.

We kwamen dinsdagochtend aan in het grensplaatsje van Sudan, het pittoreske Wadi Halfa, en hoopten de auto snel aan te zien komen. Dat werd uiteindelijk donderdagmiddag dan begint hier het weekend, dus terwijl de auto in de haven lag moesten we 3 dagen wachten voordat er weer iets gebeurde. Een Tantaluskwelling. Weer geprobeerd het systeem op de een of andere manier in beweging te krijgen, niks geleerd van Egypte blijkbaar. Het is totaal diffuus wie er van wat precies de baas is en aan welke touwtjes je moet trekken om iets gedaan te krijgen. Een lesje nederigheid hebben we wel gekregen in het leren van geduldig afwachten en je neerleggen bij het lot..
Wadi Halfa is een slaperig stoffig dorpje wat in principe zeer aangenaam is als je het vergelijkt met Egypte (daar kunnen we nog wel meer boekjes over open doen, maar laten we het er nu vooral bij laten door te zeggen dat we blij waren in Sudan te zijn). Er is alleen bijzonder weinig te doen. We aten elke dag bij hetzelfde ‘restaurantje’ en je hebt keuze uit een broodje falafel of een broodje vis, die praktisch hetzelfde smaken. Al onze schone kleren, nieuwe boeken, eten etc lagen in de auto…
Het wachten was op zich nog niet zo erg, maar het vervelende was vooral dat deze wachttijd (in totaal 2,5 week) ten koste gaat van andere mooie landen die we kunnen zien en dingen die we kunnen doen. En dat allemaal, terwijl het helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn als ze gewoon de weg zouden openen.

We hoorden enorme horrorverhalen van reizigers die daar ook waren gestrand. Check deze link van mensen die hier 3,5 week hebben gezeten, Surviving Wadi Halfa. http://www.lonelyplanet.com/travelblogs/459/23226/Surviving+Wadi+Halfa?destId=355629
We hebben hierdoor wel veel leuke andere mensen ontmoet die in hetzelfde schuitje zaten, waaronder een aantal motorrijders die een soortgelijke route afleggen.

Toen het dan eindelijk toch allemaal in beweging kwam konden we eindelijk Sudan intrekken. Wat een groot, leeg, kaal en stoffig land. Ooit was een groot gedeelte van het noorden van Sudan een rijk dat samenviel met Egypte. De Nubiers die er wonen zijn een mooi en vriendelijk volk. Er zijn in het noorden van Sudan een aantal pyramides, die een stuk kleiner en puntiger zijn dan die van Egypte. Erg mooi, en vooral bijzonder dat je deze trekpleisters helemaal voor jezelf alleen hebt. Ook van Khartoum zijn we wel gecharmeerd. Je ziet enorm veel VN- en expat invloeden, de stad ligt behoorlijk aan het infuus. Voordeel daarvan is het ruime aanbod aan smakelijke restaurantjes. We hebben veel wild kunnen kamperen, ondanks de aanwezigheid van schorpioenen en ander gespuis, waaronder de vele plakvliegen die rond je gezicht blijven zwermen, en waardoor je begrijpt waarom de burka hier zo’n hit is.

20111229-135908.jpg

20111229-135924.jpg

20111229-135933.jpg

20111229-135949.jpg

20111229-140004.jpg

20111229-140024.jpg

20111229-140036.jpg

20111229-140049.jpg

20111229-140058.jpg

20111229-140116.jpg

Kafka in Egypte

Vantevoren vreesden we Egypte al. Met name voor de bureaucratie rondom visa en autopapieren en hasslers. Terecht, bleek al snel.
In een wirwar van kamertjes, fixers (mannetjes die voor ‘baksheesh’ dingen voor je regelen), stempels, geld dat heen en weer wordt geschoven, kopjes Turkse koffie, extra geld pinnen, nog meer geld pinnen, kopietjes, autochecks (heb je de juiste brandblusser, anders heb je echt een probleem), formulieren in het Arabisch (geen idée wat je ondertekent), en stempels, hebben we eindelijk de juiste papieren om het land in te komen en Egyptische nummerplaten voor de auto. Onze fixer Osama duwde ons vooraan elk nieuw hokje en heeft ons de gehele procedure doorgeholpen.

In Egypte drukken de militairen nogal een zware stempel op de dagelijkse gang van zaken. Om de haverklap zijn er checkpoints waar je wordt gecontroleerd. Op wat is onduidelijk. Onder meer vanwege een aantal aanslagen op toeristen zijn ze nogal doorgeslagen in hun maatregelen en moest je – tot voor de Arabische lente – gedeeltes van het land in konvooi rijden.
Na de 100e check konden we de antwoorden al geven voordat ze erom vroegen: (where from?) Holland, (how many?) two, (where going?) next town, (where come from?) last town.
Dwars door de Sinai gereden en in Cairo intensief deelgenomen aan het verkeer. Iedereen had gewaarschuwd voor de chaos en anarchie op de weg. Die is inderdaad niet mis te verstaan. Maar het biedt ook veel voordelen, zoals het recht van de sterkste, in het geval van onze ‘truck’, zonder enig zicht aan de zijkanten en achterkant van de auto een absolute pre. Dat is eigenlijk de enige ‘regel’, dus stoplichten worden genegeerd, auto’s kan je prima van de weg af drukken, gestaag van baan wisselen zonder knipper; no problemo. Geen schrammetje opgelopen. Verder erg onder de indruk van Cairo, prima stad, vooral het fancy gedeelte van de stad is veel moderner dan verwacht. Ook natuurlijk het Tahrirplein bezocht. Ons hotelletje bevond zich er 200 meter van vandaan, dus we konden niet alleen live, maar ook vanuit de hotelkamer op TV alle ontwikkelingen volgen. Een van de verkiezingen die er werden gehouden hebben we mee mogen maken, dus overal cameraploegen en rijen bij de stembureaus.
Na Cairo een westelijke route naar het zuiden gevolgd ‘the western oases’. Kilometers zand, leegte, en uiteraard checkpoints. Wildkamperen is er daardoor helaas niet bij, want overal wordt gepatrouilleerd. Verder alle toeristische atracties bekeken, zoals de piramides van Gizeh, Luxor, Valley of the Kings, en total gek gemaakt door alle touts. Veel meegemaakt met opdringerige lui, maar dit sloeg echt alles. De hele tijd lasting gevallen worden, het gevoel opgelicht te worden, telkens letten op je wisselgeld, als vrouw in je eentje op straat lopen vermijden: het was wel mooi geweest in Egypte.
Er is maar 1 manier om van Egypte naar Sudan te komen, en dat is met de boot van Aswan naar Wadi Halfa. Gek genoeg zijn er prima wegen, maar die zijn van het leger (how surprisingly, geen wonder dat de mensen de invloed van het leger meer dan beu zijn) en gesloten voor het gewone gepeupel zoals wij. Nu gaat de boot maar wekelijks. De boot die wij wilden nemen zat helaas al vol, dus we moesten een week wachten. De auto kan niet op de passagiersboot, dus die moet op een apart vlot ‘de barge’, die op een andere dag vertrekt, en ongeveer 3 dagen later aankomt. en alleen overdag kan varen bij daglicht omdat ze geen navigatie hebben. De barges waren ook allemaal vol omdat er de laatste tijd allemaal kamelen en koeien over moesten. Ons telefoonnummer is waarschijnlijk aan alle fixers in Aswan gegeven, want onze telefoon stond rood gloeiend en zijn wel 100x gebeld dat iemand waarschijnlijk toch een plekje kon regelen. Na ons elke dag –tevergeefs- weer bij de haven gemeld te hebben hebben we besloten onze wachttijd aan de Rode Zee door te brengen en hebben daardoor nog 2 mooie duiken kunnen maken. Uiteindelijk dan toch gelukt het land te verlaten…

20111229-133059.jpg

20111229-133131.jpg

20111229-133147.jpg

20111229-133210.jpg

20111229-133656.jpg

20111229-133747.jpg

20111229-133800.jpg

20111229-133819.jpg

20111229-133834.jpg

20111229-133855.jpg

20111229-133913.jpg

20111229-134000.jpg

20111229-134034.jpg

Syriërs op de vlucht

Al wachtend op de ferry van Jordanië naar Egypte hebben we een groep Syriërs ontmoet die onderweg waren naar Libië. Een hoop jonge jongens die vooruit zijn gestuurd door hun familie om werk te vinden bij de wederopbouw van Libië, terwijl Syrie op een eigen oorlog afstevent.

Ze vertelden dat het momenteel een absolute nachtmerrie is en dat iedereen wel een familielid of vriend heeft die is gevangen genomen, verdwenen of vermoord. Je kunt niet ’s avonds de straat op want er worden door sluipschutters willekeurig mensen dood geschoten. Behalve onze autopech in Syrie hebben we niet echt gerept over onze ervaringen met het land zelf. Bij dezen willen we dat graag toch nog doen. Het waren namelijk de meest vriendelijke lui die we tot nu zijn tegen gekomen.
Zo blij als we waren dat we zelf konden vertrekken, zo erg vinden we het dat de meeste Syriërs geen enkele kans op een uitweg hebben zoals wij. De mensen die we hebben gesproken zeiden allemaal te verwachten dat het alleen maar ‘worse’ gaat worden. Assad (waarvan je overal dood wordt gegooid met foto’s van z’n boeventronie) en zijn regime zullen nooit de macht overdragen, tot hun dood blijven strijden en iedereen in hun graf meenemen. Het ingewikkelde is dat niet duidelijk is hoe groot zijn ‘echte’ aanhang is. Terwijl we aan het wachten waren bij de Landrover garage in Damascus hebben we alleen maar staatstelevisie gezien met pro-Assad protesten. Sommigen zeggen dat het 50/50 is, wat zou betekenen dat ze een enorme burgeroorlog tegemoet gaan. Voor Syriërs zelf is het lastig aan betrouwbare informatie te komen (youtube wordt bijv. geblokkeerd) maar ze gaven aan dat ze er via een omweg wel aan kunnen komen. Zelf hadden we verhalen gehoord dat bij de grens streng wordt gecontroleerd op camera en filmapparatuur, gps, tomtoms, telefoons en laptops. We hadden alles dan ook ingetaped en verstopt en waren behoorlijk bezorgd over wat er zou gebeuren als het gevonden zou worden… Uiteindelijk is er niet eens echt gekeken en profiteren we optimaal van al onze apparaten.
Enfin, the syria story unfortunately continues.. we volgen het nieuws op de voet en hopen op extern ingrijpen.

20111204-200243.jpg